Vorige
Volgende
Terug naar blog

Interview in de NAK

9 januari 2015

Het leukste krantje van Arnhem dat ook nog eens gratis overal te krijgen is, de NAK (Nieuwe Arnhemse Krant), heeft een artikel gepubliceerd over Arnhemse illustratoren. Daarvoor zijn zes illustratoren geïnterviewd, waaronder ik. Het artikel vind je hieronder. Wat ik het allerleukste vind aan dit interview, is dat wij als illustratoren elkaar hebben geportretteerd. Om dit eerlijk te laten verlopen hebben we loodjes getrokken en ik mocht Hester van de Grift portretteren! Dat was nogal een uitdaging, omdat ik iemand natekenen best wel moeilijk vind. Volgens mij is het wel gelukt, Hester zei tenminste dat ze er blij mee was (al kan dat natuurlijk uit beleefdheid zijn gezegd…). Zelf ben ik geportretteerd door Renske de Kinkelder. Het resultaat vind je hierboven! Ik vind dit werkelijk een meesterlijk portret! Niet alleen vind ik dat ik erop lijk (om eerlijk te zijn vind ik de getekende ik knapper dan de echte ik…) maar ze heeft ook mijn toch wel extraverte karakter goed weergegeven door de zwaai waarmee ik mijn tekeningen de wereld in strooi, wat slaat op iets wat ik tijdens het interview heb gezegd. Ook zitten er allerlei grappige verwijzingen in naar tekeningen die ik heb gemaakt, zoals de vuist met de pennen en potloden. Ik ben er heel blij mee en trots op en het hangt ingelijst in mijn werkkamer.
(Voor de mensen die niet het hele artikel gaan lezen: de quote in het midden van de pagina is NIET van mij!! ;-))

2015_Nak_web

Weg van de tekentafel!

Bij de NAK krijgen we regelmatig mailtjes van illustratoren die wel voor ons willen tekenen. Zijn er zoveel tekenaars in Arnhem? En waarom zien we zo weinig van ze?
De NAK spreekt met twee generaties Arnhemse illustratoren.

Setting van het gesprek is Funny Farm, de illustratiestudio in het Spijkerkwartier waar zo’n tien tekenaars bijna dagelijks werken. Drie van hen zitten aan tafel: Kees de Boer, Hester van de Grift en Abe Borst. Samen met Anka Kresse, Elmar Noteboom en Renske de Kinkelder vertegenwoordigen zij twee generaties tekenaars. De jongste is 25, de oudste 52. De een is al ruim dertig jaar actief, de ander net afgestudeerd. Ze maken strips, cartoons, illustraties, zowel autonoom als in opdracht, van Donald Duck tot het jaarverslag van een zorgverzekeraar.

Stoffige sfeer

De kachel moet nog even worden gereset, ondertussen worden er handen geschud. Niet iedereen kent elkaar. Er is geen scène van illustratoren in Arnhem, dat is meteen duidelijk. Dat kan te maken hebben het karakter van de illustrator. “Het zijn veel eenlingen, de meesten zijn wat introvert”, zegt Anka Kresse, die vanaf de jaren tachtig haar eigen beroepspraktijk vormgeven en illustratie heeft. “Er hangt nog steeds een wat stoffige sfeer om het vak van illustrator heen. Ten onrechte, maar dat is nu eenmaal het imago dat kleeft aan van de ambachtsman die graag in een zeker isolement zijn eigen dingen maakt.” Renske de Kinkelder, die een modeopleiding volgde en na een paar jaar werken koos voor het illustreren: “Ik voldoe wel aan de beschrijving: ik werk graag op mijzelf en ben het liefst in mijn eigen wereld. Achteraf niet zo gek dat ik mij minder thuis voelde in de modewereld en het bedrijfsleven.”

Aandachtshoer

Verklaart het zelfgekozen isolement waarom illustratoren minder zichtbaar zijn? Elmar: “Ik heb een hekel aan mezelf promoten. Ik geloof dat juist door niet te veel naar buiten te treden, mensen naar mij toekomen. Hoe meer ik bij mezelf blijf, hoe meer ik mensen aantrek.” Abe, die twee jaar geleden zijn studie Comic Design aan ArtEZ Zwolle voltooide: “O, ik ben een enorme aandachtshoer hoor. Mijn strip gaat helemaal over mijzelf en ik zit hier nu toch ook weer? Je publiek moet wel een idee hebben van wat je kunt en wie je bent. Als je dat niet laat zien, is er ook geen interesse.”

Hoe maak je je werk zichtbaar? Werden voorheen nog veel blaadjes in eigen beheer uitgegeven, tegenwoordig zijn de tekenaars actief op blogs en Facebookpagina’s. Abe plaatst een webcomic op Facebook en op zijn weblog: “Je moet consequent en met grote regelmaat posten. Herhaling is alles. Tot op het irritante af.” Kees de Boer, cartoonist, striptekenaar en illustrator van onder andere kinderboeken, noemt social media handig, maar ook erg vluchtig: “De mensen die liken en die kopen zijn twee verschillende groepen. Om je werk te promoten is Facebook niet genoeg.”

Potlood

Ondertussen gaat het net verschenen stripboek Squabe – Glamourloze erkenning van Abe van hand tot hand. Is dat nog een droom, je werk gedrukt in de winkel? Anka: “Dat is de grootste verandering van de afgelopen vijftien jaar: de opkomst van digitale technieken en de digitalisering. Vroeger had ik pakken papier in huis en overal lagen potloden. Maar laatst moest ik echt een tijd zoeken voordat ik een potlood had gevonden.” Abe: “Het medium maakt eigenlijk niets meer uit. Het gaat om het gegeven ‘beeld’. De behoefte aan beelden blijft, maar de technieken en de functie die jij als illustrator hebt veranderen. Het is belangrijk buiten het papier en buiten het medium te leren denken.” Dezelfde avond gaat Abe blacklight neptattoos zetten tijdens een feest en hij tekent soms live bij vergaderingen; Elmar doet hetzelfde bij een dansvoorstelling.

Hobby-imago

Alleen Abe en Hester hebben een studie gevolgd die opleidt tot tekenaar. “Techniek kun je leren, maar het echte tekenen, dat leer je jezelf”, zegt Elmar, die ook tekenles geeft op een middelbare school. Waar ze allemaal enigszins last van hebben, is het hobby-imago van het tekenen. Mensen kunnen zich niet voorstellen dat je ervan kunt leven, zegt Hester verontwaardigd. “Hoe vaak mij dat niet gevraagd wordt! Alsof het geen echt vak is maar een soort liefhebberij.” Renske: “Ons imago van mensen die het liefst de hele dag zitten te tekenen zit ons in de weg. Als je zo graag tekent, hoef je er toch niet zoveel voor te hebben?” Abe: “Geld is handig om je huur te betalen, maar het drukt ook erkenning en waardering uit. Juist als je begint is dat heel erg belangrijk.”

Gratis

Wie werkt er wel eens gratis (of voor vijftig euro, zoals bij de NAK)? Iedereen knikt. Hester noemt het een wetmatigheid: hoe leuker de klus des te minder krijg je ervoor betaald. Toch is bijna iedereen er terughoudend in; met gratis werken verpest je de markt. Renske: “Ik erger me ook aan de tendens van het gratis pitchen. Een loodgieter wordt toch niet uitgenodigd eerst onbetaald te laten zien of hij wel kan loodgieten?” Elmar is juist voorstander van het sharen: “Ik hoef geen rechten op mijn tekeningen, alles wat ik voor mijzelf maak mag gedeeld worden. Achterop een bierviltje een tekening maken en achterlaten in de kroeg, dat is juist de essentie voor mij.” Gefronste wenkbrauwen bij Kees, Hester en Anka: “Maar jij hebt een baan en een eigen vormgeefbureautje ernaast!”

Schrapen

Inderdaad: drie van de zes tekenaars combineert het tekenen met ander werk, zoals lesgeven of vormgeven. Ze voelen allemaal de inkrimping van de boeken- en tijdschriftenmarkt. “Voor hetzelfde geld willen blijven werken, is heel erg lastig. Ik werk wel voor de helft hoor”, zegt Hester, die veel voor educatieve uitgeverijen werkt. Anka beaamt dit. “We zitten aan het einde van het productieproces en dan ben je al snel te duur of men vraagt op zijn minst of er iets af kan. Het is wel schrapen nu hoor. En uitgeverijen worden steeds groter. Dan heb je als zelfstandig maker weinig in te brengen, qua tarieven en rechten.” En dan zijn er ook nog de stockbureaus, waar iedereen rechtenvrije foto’s en illustraties kan kopen. Een ontwikkeling die door de digitalisering een vlucht heeft gekregen.

Autonoom

Maar hee, niemand aan tafel wil negatief doen over zijn vak en het draait heus niet allemaal om geld. Kees: “Het is een geweldig vak, maar je moet het wel naar je hand zetten.” En de tekenaar moet dus vaker zijn tekentafel verlaten. “De toekomst voor de beroepsgroep ligt in het zoeken naar andere toepassingen en je verhouden tot de andere toegepaste vakken, zoals mode, grafisch vormgeving en product design”, zegt Anka. En daarbij is authenticiteit het allerbelangrijkste, het creëren van een eigen handschrift door ook autonoom te blijven werken, dus zonder opdracht. Iets wat iedereen aan tafel ook doet. Anka: “Autonoom je eigen dingen maken is de enige manier om je te positioneren. Daar moet je het uiteindelijk van hebben, daarin zit je ontwikkeling, dat is je kapitaal.

Kees de Boer (50), Grafische MTS – Amsterdam.
http://www.keesdeboer.com/

Abe Borst, alias Squabe (25) 2012 ArtEZ Zwolle – Comic Design.
www.squabe.nl en http://squalies.blogspot.nl/

Hester van de Grift (46), 1997 HKU – Illustratie.
http://hester-vandegrift.blogspot.nl/

Renske de Kindekelder (30), 2006 Rietveld Amsterdam – Mode.
http://renskedekinkelder.com/

Anka Kresse (52), 1986 ArtEZ Arnhem – Grafisch Ontwerpen.
http://ankakresse.nl/

Elmar Noteboom (35), 2006 ArtEZ Arnhem – Docent Beeldende Kunst.
http://elmarnoteboom.com/