INTERVIEW IN DE NAK

Hieronder vind je het interview dat in december 2014 in de NAK is gepubliceerd. Het was een interview met 6 illustratoren uit Arnhem. We hebben de opdracht gekregen om elkaar te portretteren, hieronder zie je het portret van mij dat is gemaakt door Renske de Kinkelder. Ik ben ontzettend blij met en trots op dit portret, dat sindsdien ingelijst in mijn hal hangt. Zie meer werk van Renske hier

WEG VAN DE TEKENTAFEL

De NAK wordt overspoeld door illustratoren die voor ons willen tekenen. 

Waar komen die vandaan?

Hebben ze geen werk?
Waarom zien we zo weinig van ze?

De NAK praat met twee generaties Arnhemse illustratoren. 

Door Cile Schultz


Setting van het gesprek is Funny Farm, de illustratiestudio in het Spijkerkwartier waar zo’n tien tekenaars bijna dagelijks werken. Drie van hen zitten aan tafel: Kees de Boer, Hester van de Grift en Abe Borst. Samen met Anka Kresse, Elmar Noteboom en Renske de Kinkelder vertegenwoordigen zij twee generaties tekenaars. De jongste is 25, de oudste 52. De een is al ruim dertig jaar actief, de ander net afgestudeerd. Ze maken strips, cartoons, illustraties, zowel autonoom als in opdracht, van Donald Duck tot het jaarverslag van een zorgverzekeraar.


Stoffige sfeer
De kachel moet nog even worden gereset, ondertussen worden er handen geschud. Niet iedereen kent elkaar. Er is geen scène van illustratoren in Arnhem, dat is meteen duidelijk. Dat kan te maken hebben het karakter van de illustrator. “Het zijn veel eenlingen, de meesten zijn wat introvert”, zegt Anka Kresse, die vanaf de jaren tachtig haar eigen beroepspraktijk vormgeven en illustratie heeft. “Er hangt nog steeds een wat stoffige sfeer om het vak van illustrator heen. Ten onrechte, maar dat is nu eenmaal het imago dat kleeft aan van de ambachtsman die graag in een zeker isolement zijn eigen dingen maakt.” Renske de Kinkelder, die een modeopleiding volgde en na een paar jaar werken koos voor het illustreren: “Ik voldoe wel aan de beschrijving: ik werk graag op mijzelf en ben het liefst in mijn eigen wereld. Achteraf niet zo gek dat ik mij minder thuis voelde in de modewereld en het bedrijfsleven.”

Aandachtshoer
Verklaart het zelfgekozen isolement waarom illustratoren minder zichtbaar zijn? Elmar: “Ik heb een hekel aan mezelf promoten. Ik geloof dat juist door niet te veel naar buiten te treden, mensen naar mij toekomen. Hoe meer ik bij mezelf blijf, hoe meer ik mensen aantrek.” Abe, die twee jaar geleden zijn studie Comic Design aan ArtEZ Zwolle voltooide: “O, ik ben een enorme aandachtshoer hoor. Mijn strip gaat helemaal over mijzelf en ik zit hier nu toch ook weer? Je publiek moet wel een idee hebben van wat je kunt en wie je bent. Als je dat niet laat zien, is er ook geen interesse.”
Hoe maak je je werk zichtbaar? Werden voorheen nog veel blaadjes in eigen beheer uitgegeven, tegenwoordig zijn de tekenaars actief op blogs en Facebookpagina’s. Abe plaatst een webcomic op Facebook en op zijn weblog: “Je moet consequent en met grote regelmaat posten. Herhaling is alles. Tot op het irritante af.” Kees de Boer, cartoonist, striptekenaar en illustrator van onder andere kinderboeken, noemt social media handig, maar ook erg vluchtig: “De mensen die liken en die kopen zijn twee verschillende groepen. Om je werk te promoten is Facebook niet genoeg.”

Hobby-imago
Alleen Abe en Hester hebben een studie gevolgd die opleidt tot tekenaar. “Techniek kun je leren, maar het echte tekenen, dat leer je jezelf”, zegt Elmar, die ook tekenles geeft op een middelbare school. Waar ze allemaal enigszins last van hebben, is het hobby-imago van het tekenen. Mensen kunnen zich niet voorstellen dat je ervan kunt leven, zegt Hester verontwaardigd. “Hoe vaak mij dat niet gevraagd wordt! Alsof het geen echt vak is maar een soort liefhebberij.” Renske: “Ons imago van mensen die het liefst de hele dag zitten te tekenen zit ons in de weg. Als je zo graag tekent, hoef je er toch niet zoveel voor te hebben?” Abe: “Geld is handig om je huur te betalen, maar het drukt ook erkenning en waardering uit. Juist als je begint is dat heel erg belangrijk.”

Stoffige sfeer
De kachel moet nog even worden gereset, ondertussen worden er handen geschud. Niet iedereen kent elkaar. Er is geen scène van illustratoren in Arnhem, dat is meteen duidelijk. Dat kan te maken hebben het karakter van de illustrator. “Het zijn veel eenlingen, de meesten zijn wat introvert”, zegt Anka Kresse, die vanaf de jaren tachtig haar eigen beroepspraktijk vormgeven en illustratie heeft. “Er hangt nog steeds een wat stoffige sfeer om het vak van illustrator heen. Ten onrechte, maar dat is nu eenmaal het imago dat kleeft aan van de ambachtsman die graag in een zeker isolement zijn eigen dingen maakt.” Renske de Kinkelder, die een modeopleiding volgde en na een paar jaar werken koos voor het illustreren: “Ik voldoe wel aan de beschrijving: ik werk graag op mijzelf en ben het liefst in mijn eigen wereld. Achteraf niet zo gek dat ik mij minder thuis voelde in de modewereld en het bedrijfsleven.”

Gratis
Wie werkt er wel eens gratis (of voor vijftig euro, zoals bij de NAK)? Iedereen knikt. Hester noemt het een wetmatigheid: hoe leuker de klus des te minder krijg je ervoor betaald. Toch is bijna iedereen er terughoudend in; met gratis werken verpest je de markt. Renske: “Ik erger me ook aan de tendens van het gratis pitchen. Een loodgieter wordt toch niet uitgenodigd eerst onbetaald te laten zien of hij wel kan loodgieten?” Elmar is juist voorstander van het sharen: “Ik hoef geen rechten op mijn tekeningen, alles wat ik voor mijzelf maak mag gedeeld worden. Achterop een bierviltje een tekening maken en achterlaten in de kroeg, dat is juist de essentie voor mij.” Gefronste wenkbrauwen bij Kees, Hester en Anka: “Maar jij hebt een baan en een eigen vormgeefbureautje ernaast!”

Autonoom 
Maar hee, niemand aan tafel wil negatief doen over zijn vak en het draait heus niet allemaal om geld. Kees: “Het is een geweldig vak, maar je moet het wel naar je hand zetten.” En de tekenaar moet dus vaker zijn tekentafel verlaten. “De toekomst voor de beroepsgroep ligt in het zoeken naar andere toepassingen en je verhouden tot de andere toegepaste vakken, zoals mode, grafisch vormgeving en product design”, zegt Anka. En daarbij is authenticiteit het allerbelangrijkste, het creëren van een eigen handschrift door ook autonoom te blijven werken, dus zonder opdracht. Iets wat iedereen aan tafel ook doet. Anka: “Autonoom je eigen dingen maken is de enige manier om je te positioneren. Daar moet je het uiteindelijk van hebben, daarin zit je ontwikkeling, dat is je kapitaal.”

Stoffige sfeer
De kachel moet nog even worden gereset, ondertussen worden er handen geschud. Niet iedereen kent elkaar. Er is geen scène van illustratoren in Arnhem, dat is meteen duidelijk. Dat kan te maken hebben het karakter van de illustrator. “Het zijn veel eenlingen, de meesten zijn wat introvert”, zegt Anka Kresse, die vanaf de jaren tachtig haar eigen beroepspraktijk vormgeven en illustratie heeft. “Er hangt nog steeds een wat stoffige sfeer om het vak van illustrator heen. Ten onrechte, maar dat is nu eenmaal het imago dat kleeft aan van de ambachtsman die graag in een zeker isolement zijn eigen dingen maakt.” Renske de Kinkelder, die een modeopleiding volgde en na een paar jaar werken koos voor het illustreren: “Ik voldoe wel aan de beschrijving: ik werk graag op mijzelf en ben het liefst in mijn eigen wereld. Achteraf niet zo gek dat ik mij minder thuis voelde in de modewereld en het bedrijfsleven.”

Kees de Boer (50), Grafische MTS – Amsterdam.
http://www.keesdeboer.com/

Abe Borst, alias Squabe (25) 2012 ArtEZ Zwolle – Comic Design.
www.squabe.nl en http://squalies.blogspot.nl/

Hester van de Grift (46), 1997 HKU – Illustratie.
http://hester-vandegrift.blogspot.nl/

Renske de Kindekelder (30), 2006 Rietveld Amsterdam – Mode.
http://renskedekinkelder.com/

Anka Kresse (52), 1986 ArtEZ Arnhem – Grafisch Ontwerpen.
http://ankakresse.nl/

Elmar Noteboom (35), 2006 ArtEZ Arnhem – Docent Beeldende Kunst. https://elmarnoteboom.com/